Home



Home   Nieuws   Vakmensen   Jobs   Links  
Mijn account   Help   Adverteren   Contact   Ervaringen  
Tuesday 18 December 2018

Zoekertjes
  Afbraak
Algemene werken
Architect
Badkamer & Toilet
Beveiliging
Bouwexpert
Bouwmaterialen
Containerverhuur
Dakwerken
Domotica
Duurzame energie
Elektriciteit
EPC - EPB
Financiëring
Gevel
Grondwerken & beton
Inrichting
Isolatie & ventilatie
Keuken
Loodgieter, Sanitair
Muren & Plafonds
Poorten & omheining
Restauratie
Ruwbouw
Schilderwerken
Schrijnwerk
SOD
Tuin
Veiligheidscoördinator
Verwarming
Vloer
Kachels blijven in trek
 
 

Centrale verwarming kan een huis perfect verwarmen, maar gezellig is anders. Vandaar wellicht het blijvende succes van haarden en kachels: ze verwennen niet alleen met aangename stralingswarmte, de cv moet daardoor ook minder lang draaien. Met de hoge energieprijzen is dat mooi meegenomen.

O pen haarden blijven het summum van gezelligheid en romantiek, maar hun populariteit is de laatste tijd toch aanzienlijk gedaald. Dat komt vooral door het laag rendement, dat is de hoeveelheid warmte die je uit het vuur haalt. Bij open haarden ligt het rendement meestal niet hoger dan 10 procent. Bijna 90 procent van de warmte verdwijnt dus onbenut in de schoorsteen.

Inbouwhaarden halen een rendement tot 65 à 70 procent. Inbouwhaarden zijn voorgefabriceerde haarden van gietijzer of staal die in een schoorsteen kunnen worden ingebouwd, maar ook in een nis of een hoek geplaatst kunnen worden. Ze zijn geschikt voor het stoken van hout, gas of kolen en kunnen zowel open als dicht worden gestookt. In het laatste geval wordt de haard afgesloten met één of twee glazen deuren die dankzij speciale ventilatietechnieken helder en roetvrij blijven. Het hoogste rendement halen inbouwhaarden met een naverbrandingskamer. Dat is een kamer waarin een extra verbranding van de rookgassen plaatsvindt. De naverbranding zorgt er tevens voor dat er minder rookgassen en dus ook schadelijke stoffen in het milieu terecht komen.

Gietijzer en staal

Kachels halen een nog hoger rendement. Types met een turbosysteem hebben in het bovenste deel van de kachel een secundaire verbrandingsruimte. In deze kamer wordt lucht in de juiste hoeveelheid en met de juiste temperatuur getransporteerd naar de hete rookgassen die het eerste verbrandingsproces hebben overleefd. Dit resulteert in een extra verbranding.

Kachels zijn gemaakt van gietijzer of plaatstaal. Qua kwaliteit en duurzaamheid zijn de twee materialen elkaar waard. Gietijzer is wel iets dikker dan staal en houdt de warmte dan ook iets langer vast. Gietijzer heeft ook een wat ruwere uitstraling en past daardoor beter in een rustiek interieur.

Sommige kachels werken alleen op hout, andere hebben een wat dieper gelegen rooster met asla om ook kolen te kunnen stoken. Hout en kolen hebben een totaal ander verbrandingsprincipe. Hout moet langs de voorkant een luchttoevoer krijgen, bij kolen moet de luchtstroom langs onder komen. Volg steeds strikt de aanbevelingen van de fabrikant.

Speksteen

Op het vlak van rendement scoren massieve speksteenkachels het hoogst: tussen de 85 en 90 procent. Speksteen bezit de eigenschap de geproduceerde warmte heel snel te 'accumuleren' (op te hopen) en die nadien heel geleidelijk af te geven. Om een ruimte 24 uur lang te verwarmen, moet een gemiddelde speksteenkachel amper 2 uur per dag worden gestookt. Al na 15 tot 30 minuten is hij op temperatuur. Ook inzake milieuvriendelijkheid bijten speksteenkachels de spits af. Doordat speksteen een hoog smeltpunt heeft, kan de kachel op zeer hoge temperaturen worden verhit. Het kachelbrandhout kan dus zeer vlug opbranden, waardoor er zo goed als geen zwavel- en koolmonoxide vrijkomen. Een klassieke houtkachel produceert 4 tot 17,6 procent koolstofmonoxide, een speksteenkachel gemiddeld amper 0,1 tot 0,3 procent. Een speksteenkachel levert ook geen bijdrage tot het broeikaseffect. De verbranding van hout in een speksteenkachel produceert niet méér koolstofdioxide dan wanneer het hout in een bos zou liggen rotten.

Welke brandstof?

Hebt u voldoende stockeerruimte, dan behoren zowel hout, pellets als kolen tot de mogelijkheden. Hout kan zowel in een open als een gesloten toestel worden gebruikt. Hout brandt mooi, knettert gezellig en ruikt lekker. Als het goed gestookt wordt, geeft het ook de schoonste verbranding. Hout brandt helemaal op en geeft meer verbrandingswarmte dan kolen . Maar kolen zijn goedkoper en hebben ze een hoger calorieëngehalte. Antraciet bevat 7.800 kilocalorieën per kilo, stookhout haalt ongeveer 4.000 kilocalorieën.

Pellets zijn cilindervormige korrels van 6 tot 8 mm dik en 1 tot 4 cm lang, verkrijgbaar in zakken en in bulk. Ze worden aan een temperatuur van ongeveer 90 °C geperst uit zuiver houtafval. Twee kilo houtpellets geven dezelfde energie als 1 l stookolie of 1 m{+3} aardgas, maar hun prijs ligt 40 tot 50 procent lager. Voor pellets is wel een speciale kachel of ketel nodig. Ook andere biobrandstoffen zoals maïs of pitten van pruimen of kersen vereisen een aangepast toestel.

Aardgas is synoniem van gemak. U hoeft niet met hout of kolen te sjouwen, en er is geen asla die leeggemaakt moet worden. Bovendien is aardgas altijd voorhanden.

Welk vermogen?

Naast het rendement moet u bij de aankoop van een kachel of een haard altijd goed informeren naar het 'vermogen', de capaciteit. Dat wordt uitgedrukt in kW.

Als het vermogen te groot is voor de ruimte die verwarmd moet worden, zal het vuur geregeld moeten worden getemperd. Daardoor daalt het rendement. Wanneer de capaciteit daarentegen te klein is, zal de kachel de ruimte nooit voldoende kunnen verwarmen.

Het optimale vermogen hangt af van tal van factoren: de oriëntatie van uw woning, de mate van isolatie, en de vorm en uiteraard ook de grootte van de ruimte. Elke bekwame installateur berekent dat voor u.

Welke schoorsteen?



Met uitzondering van 'gesloten' toestellen - die een dubbele, concentrische buis hebben voor de aan- en afvoer van lucht en gassen - hebben alle haarden en kachels een schoorsteen nodig. Als er een voorhanden is, dan mag het rookkanaal maar een minimum aan bochten vertonen. Het moet een gladde binnenwand hebben, goed geïsoleerd zijn, perfect aangesloten zijn op de kachel of de open haard, en het moet op de juiste manier door het dak worden gevoerd.

Daarnaast moet het rookkanaal de juiste diameter en de juiste lengte hebben. Wanneer de doorsnede te smal is, worden rookgassen onvoldoende afgevoerd en kunnen ze terugslaan in de kamer. Wanneer daarentegen het rookkanaal te ruim is, dan stijgen de gassen maar langzaam op en slaan ze neer op de schoorsteenwand. Dat veroorzaakt extra roet, wat op zijn beurt het risico op schoorsteenbrand verhoogt.

Te weinig trek kan meestal worden verholpen door de schouw te verhogen. Dat gebeurt het best met een dubbelwandig geïsoleerde inox buis. Bij te veel trek is een trekregelaar de beste oplossing.

Bron: Nieuwsblad.be   (25 October 2008)
Ga Terug

 





Mobile Version   Links   Adverteren   Voorwaarden  


©2008 - 2016 Alle rechten voorbehouden
Development by ELMORE